Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen

dinsdag, juni 09, 2009

Voltooid Verleden Staart

Een week geleden kreeg ik, via via, te horen dat mijn vaders is overleden. De afgelopen maanden lag hij in het ziekenhuis, in eerste instantie omdat hij het in zijn rug had en later bleek dat er kanker in zijn lichaam zat. Ik heb hem in die tijd meerdere keren opgezocht en zag hem steeds meer achteruit gaan. Ze wisten namelijk niet precies welke vorm van kanker hij had. Uiteindelijk vermoeden ze longkanker en daar was niks meer aan te doen.

Maar goed, bij het slecht nieuwsgesprek wilde hij dat ik er bij was. En toen is er ook afgesproken met de arts dat ik eerste contact persoon zou zijn. Ik stond dus even met mijn oren te klepperen toen een kennis opbelde met de mededeling: Gecondoleerd. Ik ben toen dus met spoed naar het ziekenhuis gegaan. Daar bleek dat hij van de long-afdeling naar het verzorgingsgedeelte was verhuisd. Nu bleek men tevens op de long-afdeling mij niet als eerste contactpersoon te hebben veranderd. Dus ze hadden bij de verhuizing een ander gebeld. En deze hadden ze bij de intake bij het verzorgingsgedeelte ook zo opgetekend.

Nu is dat op zich allemaal nog niet zo raar, maar... die contact persoon mocht mij blijkbaar van mijn vader niet bellen toen deze overleed. Het is dat ik het via via te horen kreeg... anders had ik er pas in het ziekenhuis achter gekomen. Maar goed, die eerste contact persoon is ook nog eens de begrafenisverzorger. En toen ik even kwaad bij hem langs ging kreeg ik ook nog even doodleuk de mededeling dat ik niet welkom was op de begrafenis. Welke dus afgelopen vrijdag was.

Tevens kwam ik er achter dat hij in de laatste week zijn notaris gesproken had. Dus daar zal ook wel het één en ander zijn gewijzigd. Maar voor we dat weten zijn we denk ik weken later. De laatste steen die hij in de vijver heeft gegooid en waarvan de rimpeling na zijn dood nog wel even zal door rimpelen. Maar er zal wel een eind aankomen. En dan is het staartje voltooid verleden tijd.

Ik heb in ieder geval een tijdje terug, voor zijn dood, dit gedichtje geschreven. Het is niet echt mooi ofzo... maar dat was hij, achteraf bezien of eigenlijk vooraf bezien al, ook niet waard.


Is het een plicht?
Ooit droomde ik de dromen
Waarin hij langs kon komen
De Engel des doods

Ik voelde dan de pijnen
Van ondragelijk lijden
Zo genadeloos

Het ergste wat kan gebeuren
Kan het hart niet opfleuren
Maar knijpt het samen

Over de tijd bekoelde
De liefde die ik voelde
Jouw daden spraken

Want zou jij een traan laten?
Na leugens en krompraten
Als je dat al kon

Nu is het einde in zicht
En denk ik: "is het een plicht?"
Om nu te huilen

woensdag, februari 04, 2009

Vier woorden

Zomaar een gedichtje dat ik laatst geschreven heb. Nou ja, alleen dan omdat ik mezelf heb voorgenomen wat meer te gaan dichten.

Vier woorden
Kan ik u verbazen
Door aan te komen met vier woorden
Die menig hart kunnen bekoren
Welke oprecht zijn en spontaan

Deze toevertrouwen
Zonder van uw kant te moeten horen
Woorden die mijn hart doorboren
Doch oprecht zijn en zonder blaam

Maar mag ik het wagen
Gezien ik mijzelf al ben verloren
Zoals in mijn hart valt te horen
Stilte van een eenzaam bestaan

Laat ik het doorbreken
Want ik verlang naar heuse koren
Van engelen in mijn oren
Die echt met mij zijn begaan

Dus zeg ik gauw
Ik hou van jou

woensdag, januari 28, 2009

The Cut Loose

Hier een gedicht dat ik afgelopen maandag heb geschreven naar aanleiding van een gebeurtenis. Echter is het gedicht wel een eigen leventje gaan leiden... dus het komt wellicht iets harder over dan de werkelijkheid. Over de gebeurtenis zal ik het verder hier niet hebben.

The Cut Loose
I'm standing here,
with a broken heart
As painful as can be

I'm thinking of you
With all my love
Still darkness surrounds me

So I cut you loose
With all my strength
Till the day that I will see

You were not worth
All of my love
That day will make me free

zaterdag, oktober 06, 2007

Samen staan we sterk

Al een tijdje zit er een liedje in mijn hoofd. Een liedje van Stef Bos, genaamd "Samen staan we sterk". Dit komt waarschijnlijk omdat ik het de laatste tijd redelijk vaak luister. Puur omdat de tekst me weet te raken en de bijbehorende melodie rustig is en prima past bij het onderwerp van het liedje.

Het is het één na laatste nummer op het album "Ruimtevaarders". Toen ik dit album voor het eerst op had staan, was ik tevens aan het werk. Ik heb dus niet zo goed opgelet tijdens het luisteren van het album. Echter toen dit nummer uit de boxen kwam liet ik het werk even liggen. Op één of andere manier klopt het nummer voor mijn gevoel. Het nummer er na leek er in eerste instantie moeiteloos op te volgen. "Het midden II" is dan ook één van de betere nummers op het album naast het nummer "Samen staan we sterk". Toch spreekt "Samen staan we sterk" me net iets meer aan. Vermoedelijk omdat ik me erg in het lied herken. Hieronder staat in ieder geval de tekst.
Samen staan we sterk

Samen staan we sterk
Niemand kan alleen
Je bouwt een kathedraal
Met velen om jou heen
Ik heb het vaak gedacht
Beter af alleen
Maar enkelvoud beperkt
Samen staan we sterk

Samen staan we sterk
De wereld is zo groot
De sterren staan zo ver
De hemel is zo hoog
Het doet er niet veel toe
Hoe koud het jou ook laat
Samen zijn wij meer
Je weet het vroeg of laat

Het is de eenvoud van de tweevoud
Je vindt het niet als je het zoekt
Je hoeft er niemand voor te volgen
Het komt soms vanzelf naar je toe

Samen staan we sterk
Ik heb het nooit geloofd
Hield alles op een afstand
En woonde in mijn hoofd
Tot ik werd overvallen
Door een storm op volle zee
Ik ben eruit gekomen
Maar ik kon het niet alleen

Het is de eenvoud van de tweevoud
Je vindt het niet als je het zoekt
Je hoeft er niemand voor te volgen
Het komt soms vanzelf naar jou toe
Het ligt onzichtbaar in jouw handen
Het is een godsdienst zonder kerk
Een volkslied zonder woorden
Samen staan we sterk

Soms denk ik nog steeds: "Beter af alleen". Niemand die je pijn kan doen. Niemand die voor problemen kan zorgen. Niemand die je in de weg loopt. Niemand die je iets kan opdragen te doen. Niemand die je de les leest. Niemand die ruzie met je zoekt. Niemand die net dat laatste koekje voor je neus weg pikt. Niemand die je bedriegt. Niemand die achter je rug om roddels over je verspreid. Niemand, maar dan ook niemand die jou iets kan doen.

Maar dat alles heeft een keerzijde. Een nog al grote keerzijde. Want een mens heeft anderen nodig. Mensen die roepen dat wat je doet goed is. Mensen die een arm om je heen leggen uit vriendschap. Mensen die je omhelzen om je te bedanken. Mensen die je een schouder aan bieden om uit te huilen. Mensen die voor je opkomen en je verdedigen. Mensen die je mee trekken naar leuke dingen. Mensen om van te houden en lief te hebben.

Dus voor hen die mij mogen of zelfs lief hebben, hier een stevige knuffel van mij puur omdat jullie er zijn.

woensdag, augustus 22, 2007

Rivier

Wij zaten op éénzelfde golf
Van een kabbelende rivier
Tot wij bij een splitsing kwamen
En jij koos voor ander vertier

Jouw weg leidde naar groene weiden
Met de zon zo inclusief
Hart verwarmend in de armen
Van een nieuw gevonden lief

Mijn stroom bracht mij echter
Wat te snel naar een donker dal
En hoe erg dit al mag klinken
Het was niet het einde van de val

Een berg stond met open mond te wachten
Grijze tanden keken op mij neer
En zo ging ik kopje onder
Voor de allereerste keer

Maar de verdrinking wilde niet komen
De klappen daarentegen wel
Zoveel dat ik ze niet meer wilde tellen
Het hoofd gonst nog steeds door als een bel

Het einde van de berg kwam uiteindelijk
Mogelijk sneller dan verwacht
Maar het einde van mijn reis
Had ik nog lang niet in mijn pacht

Drijvend door een kille woestenij
Zag ik eenzaam op mijzelf neer
Pijn en verdriet in alle kleuren
Keer op keer op keer op keer

De tijd dat ik daar heb rond gedobberd
Is bij mij niet meer bekend
Het enige dat ik er nog van kan vertellen
Is dat alles uiteindelijk wendt

Ik weet mijn reis is nog niet ten einde
Want voor mij ligt een zilte zee
Opgebouwd uit al mijn tranen
Stuk voor stuk bracht de rivier ze mee

En daar zal het dus gebeuren
Kopje onder gaan voor de tweede keer
En wat mij ook nog mag overkomen
De angst voor pijn is er niet meer

Het wordt er vast gestaag steeds donkerder
En kouder dan menig hart aan kan
Maar ik laat me door de stroom meenemen
Want mijn geest is ervan in de ban

Er bestaat een kans tot verdrinken
Maar in mijn hart leeft nog steeds voort
Een geloof dat er ergens een zonnetje
Mijn gedachten heeft gehoord

En mij komt verwarmen, als de liefde
Die jij eens in mijn leven bracht
Dat mij doet opstijgen uit het kille water
Tot aan een warm gezicht dat mij toelacht

En mij doet rijzen tot aan de hemel
Al zittend op een donzen wolk
Waar ik mij een kan voelen met de sterren
Zoals de rest van het verliefde volk

Ik wens jou in ieder geval het beste
Met de door jou gekozen weg
En dat deze je niet zal leiden
Tot gelijke eenzaamheid, pijn, verdriet en pech

maandag, juli 23, 2007

Hersenkronkels

Al een lange tijd loop ik met een filosofisch vraagstuk in mijn hoofd waar ik niet uit kom en waar volgens mij vele mensen in de geschiedenis over gestruikeld zijn. Het is niet de eerste keer dat dit vraagstuk in mij opkomt, maar op dit punt in mijn leven is de kwestie stukken ingewikkelder geworden. Het bestaat ook eigenlijk niet uit één onderwerp, maar is een samenvloeiing van meerdere aspecten des levens. De kern bestaat in ieder geval uit de begrippen vriendschap, liefde en eenzaamheid.

Om met het eerste begrip te beginnen, vriendschap, eerst een stukje uit het nummer Vriendschap van Het Goede Doel:
Een keer trek je de conclusie
Vriendschap is een illusie
Vriendschap is een droom
Een pakketje schroot, met een dun laagje chroom

Het is een stukje tekst dat bij mij vaak door mijn hoofd schiet. Vooral op momenten waarop ik vriendschappen opnieuw bekijk. Dus op momenten dat ik niet meer zo zeker ben of een vriendschap nog wel een vriendschap is. Maar wat is vriendschap nu eigenlijk?

In mijn jeugd heb ik al snel een definitie aan het begrip vriendschap gehangen die veel zwaarder weegt dan de definitie die vele anderen eraan hangen. Ik noem iemand dus niet snel een vriend(in). En mocht ik je ooit een vriend(in) noemen, ga er dan niet direct van uit dat je dat stempel behoud. Want je kunt al snel weer terug vallen in de term ”een kennis”. De meeste mensen die ik ken, noem ik dan ook eerder een kennis dan een vriend(in).

In het verleden noemde ik pas iemand een vriend(in) als ik deze al een lange tijd kende en zeer graag mocht en ik het gevoel kreeg dat dit wederzijds was. Tevens dat deze persoon mij dingen in vertrouwen durfde te zeggen en ik naar hem/haar toe dingen in vertrouwen durfde te vertellen en ook kon vertellen.

In vele opzichten is dat nog steeds de definitie die ik eraan koppel. Al ben ik op sommige momenten er wat soepeler of juist wat strakker in. Soepeler wanneer het met de ander al snel klikt of juist strakker als dat niet het geval is. Het soepeler ermee omgaan is vooral voortgekomen uit het feit dat mensen tegen mij riepen dat het moeilijk was een vriendschap met mij op te bouwen, omdat ik een soort muur opwierp. Ik riep dan ook altijd: “Als je echt vriendschap met mij wilt dan weet je wel door die muur heen te komen.” Iets dat niet iedereen kan waarderen.

Tegenwoordig is er echter naast deze definitie nog wat extra’s bij gekomen, namelijk liefde. Door een niet nader te beschrijven ervaring is er bij mij een blik opengetrokken van gevoelens. Gevoelens (het houden van) die, wanneer het goed gaat, een goed gevoel geven. Echter heeft dit dus ook een keerzijde, namelijk wanneer het niet goed gaat, oftewel slecht. Met goed gaan bedoel ik de momenten dat ik het gevoel heb dat vrienden echt vrienden zijn. Dit omdat ik veel contact met ze heb en over alles met ze kan praten of van alles van hen te horen krijg. Met slecht bedoel ik dus de momenten waarop ik de vriendschap onder de loep neem, omdat men niet of nauwelijks nog met mij praat.

Goed, de logica verteld me dan dat die personen het druk hebben. Dit door werk of nieuwe relaties. Toch krijg ik er een rot gevoel door, omdat ik de persoon dan mis. Een gevoel dat voortvloeit uit het houden van. En dit gemis zorgt dan weer deels voor het derde begrip, eenzaamheid.

Ook al praat ik met heel veel mensen, toch voel ik me de laatste tijd zeer eenzaam. Iets dat bij een enkeling niet ongezien voorbij gaat. Dit gevoel van eenzaam zijn is langzaam gegroeid. Voornamelijk doordat ik de liefde nog steeds niet heb gevonden en om me heen heel veel anderen dat wel zie vinden. Als het vreemden zijn is dat nog niet eens zo heel erg, maar als het om vrienden gaat is dat toch heel anders. Vooral als het gaat om vrienden waarvan ik ben gaan houden. Zo had ik laatst een heel leuke dag, totdat ik een oud-klasgenoot en tevens “een (ex)-vriend” (die ook nooit een vriendin kon vinden) zag die hand in hand liep met een vriendin en heel liefelijk naar elkaar keken. Goed, dat hij iemand had gevonden maakte me wel blij, echter de dame in kwestie leek qua uiterlijk op mijn, in een eerder geschreven blogpost, soort van “ex”. Het eerste dat in mijn hoofd schoot was dus dat hij wel zijn *vul naam van soort van “ex” in* had gevonden. Dit zorgde er weer voor dat ik mij verschrikkelijk alleen voelde.

Dit is echter niet de enige keer. Ik krijg te vaak in gesprekken of in berichten te horen hoe het staat met relaties van “vrienden”. En hoe blij ik ook voor ze ben, het brengt mij steeds in een soort van zwart gat. Omdat het me er steeds op wijst dat ik eigenlijk maar alleen ben. Goed, ik heb dan wel vrienden, maar die zijn er ook alleen maar als ze echt totaal niks te doen hebben of iets kwijt moeten. Iets wat dus vaak niet meer het geval is als ze een liefdesrelatie beginnen. Het lijkt dan plots of ik (en waarschijnlijk ook anderen) niet meer bestaan. Het doet dan ook pijn omdat ik toch van ze houd, en het dus een gemis vind dat ik ze niet tot nauwelijks meer spreek.

Vandaar ook dat ik al een tijdje in mijn MSN-nickname het volgende heb bijgevoegd:

"Wer einsam ist, der hat es gut, weil keiner da, der ihm was tut"
Een stukje tekst dat afkomstig is uit Der Einsame van Wilhelm Busch. Hier het gehele stuk:

Wer einsam ist, der hat es gut,
Weil keiner da, der ihm was tut.
Ihn stört in seinem Lustrevier
Kein Tier, kein Mensch und kein Klavier,
Und niemand gibt ihm weise Lehren,
Die gut gemeint und bös zu hören.
Der Welt entronnen, geht er still
In Filzpantoffeln, wann er will.
Sogar im Schlafrock wandelt er
Bequem den ganzen Tag umher.
Er kennt kein weibliches Verbot,
Drum raucht und dampft er wie ein Schlot.
Geschützt vor fremden Späherblicken,
Kann er sich selbst die Hose flicken.
Liebt er Musik, so darf er flöten,
Um angenehm die Zeit zu töten,
Und laut und kräftig darf er prusten,
Und ohne Rücksicht darf er husten,
Und allgemach vergißt man seiner.
Nur allerhöchstens fragt mal einer:
Was, lebt er noch? Ei, Schwerenot,
Ich dachte längst, er wäre tot.
Kurz, abgesehn vom Steuerzahlen,
Läßt sich das Glück nicht schöner malen.
Worauf denn auch der Satz beruht:
Wer einsam ist, der hat es gut.

Het geheel zorgt er in ieder geval voor dat ik de definitie van vriendschap weer heel erg onder de loep neem. Want wat is vriendschap nu eigenlijk? Moet ik iemand als vriend blijven beschouwen na een korte periode van “vriendschap”? En hoe ga je dan met die mensen om als ze na een tijdje weer eens een gesprek aangaan? Moet je wel gaan houden van vrienden of moet je het als iets zakelijks zien? Is vriendschap altijd maar tijdelijk of bestaat er zoiets als levenslange vriendschap en hoe herken je zo’n vriendschap dan? Wanneer moet je jezelf zien als niet eenzaam? Is dat wanneer je voor je gevoel enkele vrienden hebt? Of moet die vriendschap dan ook een bepaald vriendschapsniveau hebben? En zo zijn er nog veel meer vragen die door mijn hoofd jagen. Ik zal er wel nooit uit komen, maar omdat ik de laatste tijd nergens anders over na kan denken kan ik misschien een heel eind komen. Al denk ik eerder dat ik in een visuele cirkel zal blijven zitten waar geen mens uit kan komen.

Nu hoor ik enkele mensen al denken: “Je moet er niet over nadenken” maar die kennen mij dan misschien ook wel goed genoeg om te weten dat ik zo niet ben. Het leeft op dit moment in mijn leven. Het is iets dat bij mij hoort en iets wat ik gewoon niet wil veranderen. Al kom ik er waarschijnlijk nooit uit, het houd me wel bezig (ten goede en ten kwade).

dinsdag, december 12, 2006

De glimlach

Vandaag las ik het volgende gedicht van William Blake:

The Smile

There is a Smile of Love

And there is a Smile of Deceit
And there is a Smile of Smiles
In which these two Smiles meet.

And there is a Frown of Hate
And there is a Frown of disdain
And there is a Frown of Frowns
Which you strive to forget in vain.

For it sticks in the Heart's deep Core
And it sticks in the deep Back bone.
And no Smile that ever was smil'd
But only one Smile alone.

That betwixt the Cradle and Grave
It only once Smil'd can be,
But when it once is Smile'd
There's an end to all Misery.

Het gedicht roept bij mij bepaalde emoties op die ik hier verder niet zal neerzetten. Een enkeling zal zonder dat ik het vertel en/of uitleg toch wel weten waar ik op doel. En mocht je het niet weten dan is dat niet erg. Geniet gewoon van dit, in mijn ogen, schitterende gedicht en roep je eigen emoties ermee op :).

zondag, november 20, 2005

Het schrijfseltje

Hierbij het door mij geschreven Sinterklaas gedichtje, veel leesplezier ermee.

Op zijn dooie gemak
Liep Amerigo over het dak
Je weet wel dat maffe paard
Dat altijd voor de Sint paraat staat

Nagenoeg wit
Met hier en daar wat zwarte vlekken
Die over de daken
Zo af en toe zijn benen doet strekken

Nou wil echter het verhaal
En geloof het of niet
Die trouwe viervoeter
Is een echte deugniet

Hij trippelt en trappelt
Er lustig op los
En soms, moet je weten
Wordt hij daardoor de klos

Zo ook ene male
Hij kwam aan op een balkon
Het raam ervan stond open
En de ellende begon

Want daar op een tafeltje
Midden in het huis
Stond voor hem wat vreemds
En Amerigo deed meteen iets abuis

Hij trippelde ernaar toe
En snoof met zijn snuit
De geur van dat iets
De ene keer in en de andere keer uit

Het rook ook zo lekker
En het maakte hem gek
En dus pakte hij één uiteinde
Vast met zijn bek

Zijn hoofd sloeg achterover
Zomaar in reflex
Hij kreeg de inhoud binnen
En Amerigo stond perplex

Wat was dat voor een goedje
Het smaakte reeds naar meer
Maar waar Amerigo ook zocht
Het bleef bij die ene keer

Tenminste dat laat hij de Sint geloven
Want van een wortel en wat stro
Kun je als paard best wel leven
Maar dat maakt je echt niet froh

Maar Amerigo heeft er wat op gevonden
Maar dat is dus een geheim
En misschien dat ik het weet
Maar het door vertellen vind hij vast niet fijn

Dus daar moet je zelf maar achter komen
Want echt moeilijk is het niet
Behalve voor de Zwarte Pieten
Want die zijn de slimste niet

Tenminste dat beweert Amerigo
Het wijste paard van allen
Die na die paar slokken
Toch echt wel zat te lallen

Zijn wangetjes werden roze
Zijn tred ging heen en weer
De wereld ging volgens hem dansen
En die vlieg, dat was een klier

Het probleem met die kamer
Hij was gewoon te klein
En die stoel die hem net raakte
Die kende echt geen gein

Amerigo ging er maar bij liggen
Dat kleed lag best wel fijn
En vlak voor het dromen dacht hij
Wat is die Sint toch klein

De dag erop werd hij weer wakker
Een chaos in het huis
De familie was nog niet wakker
Maar Amerigo dacht: “Hier wordt het straks niet pluis”

Hij is dus snel vertrokken
Met een wijsheid in zijn hoofd
Geniet, maar drink met maten
Want je weet nooit wat een ander wel of niet gelooft

Amerigo en een beschonken Pietje

zaterdag, juli 16, 2005

Beer, beer, beer, tiddly beer, beer, beer

Gisteren de game The Bard's Tale gekocht. Een erg grappige RPG die alle clichés uit het genre met veel humor naar voren brengt. Hieronder bijvoorbeeld "The Beer song", dat jullie er ook van mogen genieten:

Beer, beer, beer, tiddly beer, beer, beer

A long time ago, way back in history
When all there was to drink was nothin but cups of tea
Along came a man by the name of Charlie Mops
And he invented a wonderful drink and he made it out of hops

He must have been an admiral a sultan or a king
And to his praises we shall always sing
Look what he has done for us, he's filled us up with cheer
Lord bless Charlie Mops, the man who invented
Beer beer beer Tiddly beer beer beer

The Drunken Rat, the Aiken Drum, the Trowles Pub as well
One thing you can be sure of, its Charlie's beer they sell
So all ye lads and lasses at eleven O'clock ye stop
For five short seconds, remember Charlie Mops

1 2 3 4 5

He must have been an admiral a sultan or a king
And to his praises we shall always sing
Look what he has done for us, he's filled us up with cheer
Lord bless Charlie Mops, the man who invented
Beer beer beer Tiddly beer beer beer

A barrel of malt, a bushel of hops, you stir it around with
a stick
The kind of lubrication to make your engine tick
40 pints of wallop a day will keep away the quacks
It's only eight pence hapenny and one and six in tax,

1 2 3 4 5

He must have been an admiral a sultan or a king
And to his praises we shall always sing
Look what he has done for us, he's filled us up with cheer
Lord bless Charlie Mops, the man who invented
Beer, beer, beer, Tiddly beer, beer, beer,
Tiddly beer, beer, beer.

The Lord bless Charlie Mopps.
Voor de melodie klik hier

Tijdens het zoeken heb ik ontdenkt dat dit nummer een traditioneel Iers lied is. Alleen de zin "The Curtis bar, the James' Pub, the Hole in the Wall as well" is in The Bard's Tale gewijzigd in "The Drunken Rat, the Aiken Drum, the Trowles Pub as well". Aangezien deze in de game voorkomen.

dinsdag, juni 28, 2005

Blinde mannen en een olifant

The blind man and the elephant
door John Godfrey Saxe (1816-1887)

It was six men of Indostan
To learning much inclined,
Who went to see the Elephant
(Though all of them were blind)
That each by observation
Might satisfy the Mind

The First approached the Elephant,
And happening to fall
Against his broad and sturdy side,
Ad once began to brawl:
'God bless me but the Elephant
Is very like a wall!'

The Second, feeling of the tusk,
Cried, 'Ho! What have we here
So very round and smooth an sharp?
To me 'tis mighty clear
This wonder of an Elephant
Is very like a spear'

The Third approached the animal,
And happening to take
The squirming trunk whitin his hands,
Thus boldly op and spake:
'I see', quoth he,'The Elephant
Is very like a snake!'

The Fourth reached out an eager hand,
And felt around the knee,
'What most this wondrous beast is like
Is mighty plain', quoth he:
'tis clear enough the Elephant
Is very like a tree!'

The Fifth who chanced to touch the ear,
Said: 'E'en the blindest man
Can tell what this resembled most;
Deny the fact who can,
This marvel of an Elephant
Is very like a fan!'

The Sixth no sooner had begon
About the beast to grope,
Than, seizing on the swinging tail
That fell within his scope,
'I see', quoth he, 'the Elephant
Is very like a rope!'

And so these man of Indostan
Disputed loud and long,
Each of his own opinion
Exceeding stiff and strong,
Though each was partly in the right,
And all were in the wrong!

MORAL

So oft in theologic wars,
The Disputants, I ween,
Rail on in utter ignorance
Of what each other mean,
And prate about an Elephant
Not one of them has seen!